Het is een vraag die bijna geen enkel baasje zichzelf stelt — totdat de dierenarts erover begint: drinkt mijn huisdier eigenlijk genoeg? Het antwoord is vaker “nee” dan je denkt, en de gevolgen zijn groter dan de meeste eigenaren beseffen.
De vuistregel
Als richtlijn geldt: een kat heeft ongeveer 50 ml water per kilo lichaamsgewicht per dag nodig, een hond ongeveer 50–70 ml per kilo. Een kat van 4 kg zou dus zo'n 200 ml per dag moeten drinken — bijna een vol glas. Eet je huisdier natvoer, dan krijgt het daar al een deel van binnen; bij brokken moet vrijwel alles uit de waterbak komen.
Waarom drinken ze te weinig?
In de natuur drinken katten en honden bij voorkeur stromend water. Stilstaand water ruikt anders, vangt haren en stof op en trekt bacteriën aan. Het instinct van je huisdier zegt: dit is niet veilig. Vooral katten — afstammelingen van woestijndieren met een van nature lage dorstprikkel — slaan een verdachte waterbak gewoon over.
Signalen van uitdroging
Let op deze signalen: droog tandvlees, diepliggende ogen, minder energie, geconcentreerde (donkere) urine en een huid die langzaam terugveert als je hem zachtjes optilt. Chronisch te weinig drinken belast bovendien de nieren en urinewegen — nierproblemen behoren tot de meest voorkomende aandoeningen bij oudere katten.
Zo stimuleer je meer drinken
- Vers en stromend water — een drinkfontein sluit aan bij het natuurlijke instinct en maakt drinken aantrekkelijk. Baasjes zien vaak binnen dagen verschil.
- Meerdere drinkplekken — zeker in huizen met meerdere huisdieren, en nooit direct naast de voerbak.
- Schoon materiaal — ververs dagelijks en maak de bak of fontein wekelijks schoon.
Wil je het je huisdier (en jezelf) makkelijk maken? Bekijk dan de Pawly AquaFlow Pro — draadloos, fluisterstil en met actief filter — of gebruik onze keuzehulp om het model te vinden dat bij jouw situatie past.
